MENU

Door: Frits Buijs, 1 september 2020


28 procent verlaging van CO2-uitstoot is niet genoeg voor Marc Hoedemakers

Voor Marc Hoedemakers, lid van de Bossche Energiecoalitie, zijn er verschillende manieren om naar duurzaamheid en besparing op je CO2-uitstoot te kijken. Als bouwondernemer: hoe bouw je, en wat levert het op? Als directeur van zijn eigen bedrijf: waar kun je zelf het meest besparen? En natuurlijk als huiseigenaar.

Om bij dat laatste te beginnen, zegt Marc Hoedemakers: “Ik woon zelf al vijf jaar in een Nul op de Meter-woning.” Een kwestie van ‘practice what you preach’.

Daarbij ging hij uit van zijn filosofie die hij ook als bouwer hanteert. “Pak als eerste de constructie grondig aan. Is die bijvoorbeeld goed geïsoleerd? Kijk vervolgens naar het verbruik, hoe zit het met de installaties en apparatuur? En als laatste kijk je naar je opwekking. Zorg dat de energie die je nog gebruikt (energie, gas), duurzaam is.”

Als je het andersom doet ben je volgens Hoedemakers niet duurzaam bezig.

De belangrijkste stappen

Ook binnen zijn eigen bedrijf is Marc Hoedemakers druk met energie besparen. “Tussen 2015 en 2019 hebben we een verlaging van onze CO2-footprint van 28% gerealiseerd.”

De belangrijkste stappen hierbij waren:

-Vervanging van de verwarmingsinstallatie (een enorme vermindering van het gasverbruik) -Vervanging van de koelinstallatie (vermindering stroomverbruik)

-Vervanging van de regeltechniek van het gebouw. Hij kan per kamer zien wat er gebeurt; verwarmen of koelen is een kwestie van regeltechniek.

-Vermindering van diesel en benzinegebruik door inzet van elektrische auto’s en busjes.

-Investering in led-verlichting.

Bewustwording

Los van deze feitelijke stappen is de bewustwording van z’n medewerkers een van de belangrijkste stappen. “Bij iedere investering die we doen, vragen we ons af: kan het duurzamer? Dat begint al bij kleine zaken. Is er een lampje kapot en haal je dat even bij onze buurman Karwei. Let op dat je een led-lamp haalt hè!”

“Dat helpt enorm bij het bewustwordingsproces, waardoor het als het ware ‘tussen de oren’ van onze medewerkers komt te zitten. Hierdoor komt er een bepaalde ‘boost’ op gang die je nodig hebt om er een succes van te maken.”

“De inzet van elektrische auto’s wekte in de beginperiode wat weerstand op. Voor het werk was een actieradius van (toen) 240 kilometer voldoende. Maar wilde men ermee op vakantie dan werd het lastiger. Daarom hebben we toen met de dealer afgesproken dat men voor een aantal weken in het jaar een benzine- of dieselauto kon gebruiken. Nu speelt dat niet meer, maar het geeft aan dat je bij de invoering van duurzaamheidsmaatregelen flexibel moet zijn en ook goed naar je personeel moet luisteren. Inmiddels is het een geaccepteerde beleidsregel dat iedereen duurzaam rijdt.”

Verdergaande plannen

“We hebben de afgelopen jaren een reductie van meer dan 25 procent gehaald, maar we moeten zeker doorgaan met deze verlaging. Voor 2020 en daarna staan dan ook nog verdergaande plannen op stapel om onze footprint nog verder te verlagen.”

Vervolgens somt Marc Hoedemakers de plannen voor de komende jaren op: “Nog meer inzet van elektrische auto’s en busjes (bij vervanging). Het plaatsen van 650 zonnepanelen op onze gebouwen. Verdere investering in led-verlichting van ons pand. En de inzet van duurzame ict-middelen.”

Circulariteit en gezondheid

Inmiddels is Hoedemakers ook al bezig met de volgende stappen op het gebied van duurzaamheid: circulariteit (hergebruik van materialen) en aandacht voor gezondheidsaspecten van een gebouw.

“Samen met A. van Liempd Sloopbedrijven hebben we een materialenbank opgezet voor hergebruik. Bij de sloop van een groot pand in Schijndel hebben we al verschillende bouwmaterialen een ‘tweede leven’ kunnen geven.”

“Op het gebied van gezondheid zijn we vorig jaar gestart met de pilot Healthy Home. Bij twee woningen in De Groote Wielen meten we de luchtkwaliteit en monitoren we welke invloed dat heeft op de bewoners. Ook hebben we een voorbeeldproject met een warmtepomp waar aspirant-bewoners zelf kunnen kijken en vooral luisteren naar het geluid van zo’n pomp. Want geluidsoverlast is heel persoonlijk.”

Foto: Sandra Peerenboom

Deelnemers