MENU

Door: Frits Buijs, 8 mei 2018


Bij de Pali Group gaat er niets verloren

Voor René Steinmeijer van de Pali Group in ‘s-Hertogenbosch bestaat duurzaamheid niet enkel uit zonnepanelen op het dak of ledlampen in de armaturen. Natuurlijk dat is een deel, maar zeker zo belangrijk vindt hij dat je eigen bedrijfsvoering duurzaamheid uitstraalt. Pali Group slacht en verwerkt kalfsvlees in ‘s-Hertogenbosch en varkensvlees in Geldrop. Een sector waar volgens Steinmeijer de marges klein zijn. Dan moet je wel zorgen dat je efficiënt werkt om nog iets over te houden.

“Afval bestaat in onze sector niet”, zegt Steinmeijer, divisiemanager Kwaliteit, Arbo en Milieu bij het Bossche bedrijf waarvan het slachthuis, het voormalig gemeentelijk abattoir, achter de Brabanthallen zit. “Er gaat bij ons niets verloren. Vierkantverwaarding noemen we het, dat elk onderdeel van het kalf waardevol en nuttig gebruikt wordt. En wanneer er binnen ons familiebedrijf nog gekeken wordt naar centen en stuivers, dan word je er heel scherp op dat niets verloren gaat.”

Transportkilometers besparen

De Pali Group heeft een paar jaar geleden het vrieshuis Vrieskade overgenomen van de vorige eigenaar “We hoeven nu enkel maar het hoekje om om het kalfsvlees, afkomstig van onze kalverslachterij Vitelco, in te vriezen. Dit bespaart vele transportkilometers. Koelen, invriezen, de koude binnenhouden is core-business van zowel Vitelco als Vrieskade. Daarom zijn de gebouwen, die al dikke muren hadden, ook nog eens goed geïsoleerd. Hierdoor heb je direct minder verlies van koude. Ook bij de laad- en losruimte van de vrachtwagens hebben we maatregelen genomen waardoor er minder koude verloren gaat. De temperatuur in de laad- en losruimte is plus-minus acht graden. Dat betekent een bodywarmer aan als je binnen aan het werk bent.”

Kan het nog zuiniger?

Anderhalf jaar geleden is Pali Group lid geworden van de Bossche Energie Coalitie. “In eerste instantie dachten we: wat kan zo’n lidmaatschap nou betekenen binnen onze gespecialiseerde sector? We werken zelf toch al heel zuinig en duurzaam. Kan het nog zuiniger? Maar in de gesprekken met BEC-collega’s merk je dat er allerlei ideeën opborrelen. Zo zijn we bijvoorbeeld samen met Heineken aan het onderzoeken wat we met restwarmte zouden kunnen doen? Heineken heeft aangegeven te beschikken over de nodige restwarmte. Kunnen wij die misschien aanwenden binnen onze eigen processen?”

Potentiële bron van energie

“In feite zijn alle reststromen van de slacht een potentiële bron van energie. We hebben heel veel biomassa; dat is allemaal biologisch materiaal. Direct na de slacht is dat nog warm, waardoor het snel en goed vergist. Maar de biomassa wordt nu met vrachtwagens opgehaald en elders verwerkt. Wanneer hiervoor een lokale biovergister zou bestaan, zou dit weer veel transportkilometers kunnen schelen. Het geproduceerde biogas zou ook weer lokaal gebruikt kunnen worden. In BEC-verband zijn we nu aan het kijken of zo’n vergistingsinstallatie in de buurt te realiseren is.”

Biobrandstof

Ook het dierlijk vet zou de Pali Group zelf kunnen gebruiken als dierlijke olie. Maar dat gaat nu nog met vrachtwagens naar een bedrijf dat het smelt en verwerkt tot biobrandstof. Steinmeijer: “Terwijl wij zelf nog aardgas moeten gebruiken om water te verwarmen. Zonde eigenlijk, want als we zelf die biobrandstof zouden kunnen gebruiken heb je weer minder vervoerskilometers en minder gebruik van aardgas.”

Fotobijschrift: René Steinmeijer bij de laadsluis voor de vrachtwagens. Ook hier gaat zo min mogelijk energie verloren.

Deelnemers