MENU

Door: Frits Buijs, 4 februari 2019


Na-isolatie van bestaande kantoren is zeker lonend

Zo’n 25 Bossche ondernemers waren aanwezig bij het vierde BEC-seminar Na-isolatie van bestaande kantoren. Erik Sterks bedrijfsleider Vastgoedonderhoud bij Hoedemakers bouw en ontwikkeling gaf een inspirerende lezing, waarbij alle ins en outs van na-isolatie voor het voetlicht kwamen.

Na-isolatie van bestaande kantoren is niet alleen aantrekkelijk omdat de huurder of eigenaar lagere energielasten heeft, maar is op den duur ook noodzakelijk. In 2023 moeten alle kantoren groter dan honderd vierkante meter minimaal energielabel-C hebben. In 2030 naar verwachting energielabel-A.

Beperk het energieverbruik

Erik Sterks ging in eerste instantie in op de Trias Energetica: beperk het energiegebruik, gebruik duurzame energie en optimaliseer het gebruik van niet-duurzame energie. Deze middag stond met name de eerste stap van de Trias Energetica centraal: beperk je energievraag door goede na-isolatie van de buitenwanden, vloeren en daken van je kantoor.

De kantoorschil is grofweg onder te verdelen in vier segmenten: gevel, vloer, schuin dak en plat dak. De mogelijkheden en onmogelijkheden van elk van deze vier segmenten kwamen deze middag aan de orde. Bij elk onderdeel zijn er uiteraard verschillende mogelijkheden: isolatie van de binnenzijde, de buitenkant of spouwmuurisolatie.

Isolatie van de gevel

Sterks stond wat langer stil bij de isolatie van de gevel. Daarbij blijken zowel binnen- als buitenisolatie voor -en nadelen te hebben. De voorbereiding van isolatie aan de binnenzijde gaat over het algemeen sneller. “Er zijn over het algemeen minder tekeningen nodig en je hebt niets van doen met Bouw en Woningtoezicht. Nadeel is wel dat op je werkplek meer last van de werkzaamheden hebt.”

Bij na-isolatie aan de buitenkant is het werk zelf over het algemeen sneller gedaan en het geeft extra mogelijkheden om het pand ook een facelift te geven. Als voorbeeld hiervan gaf hij het pand van Only for Men in Rosmalen waarbij de gehele gevel is geïsoleerd en later van steenstrips voorzien, waardoor het een eigentijdse uitstraling heeft gekregen.

Geen standaardrecept

De conclusie was in ieder geval: “Er is geen standaardrecept. Of men het beste binnen of buiten kan isoleren hangt helemaal af van de specifieke factoren en eigenschappen van het gebouw.”

Vervolgens kwam de vraag aan de orde wat de juiste aanpak is als je over na-isolatie nadenkt. Hiervoor gaf Sterks het volgende stappenplan:

1. Opname huidige situatie

2. Berekening van het Energie Prestatie Advies (EPA)

3. Vaststellen van de wensen en uitgangspunten – met zeker ook aandacht voor comfort. (“Want je kunt wel op label C of A zitten , maar als je dan op bepaalde werkplekken in de tocht zit, dan schiet je er nog niet veel mee op.”)

Vervolgens 4. de werkzaamheden financieel inzichtelijk maken met een plan van aanpak, waarna 5. de uitvoering volgt en natuurlijk 6. de controle van de Epa-Berekening

Warmtebeelden

Een van de eerste stappen om de juiste aanpak te bepalen is het maken van warmtebeelden. Hieruit valt af te leiden waar de warmtelekken zitten. Als voorbeeld gaf Erik Sterks het warmtebeeld van drie gebouwen: het jaren-60 kantoor van Grenco (achter het station), het kantoor van Hoedemakers (bouw begin deze eeuw) en een nul-op-de-meter woning. Uit deze warmtebeelden bleken de grote verschillen in isolatiewaarde van deze gebouwen. En zo zal ook de aanpak van na-isolatie per gebouw erg verschillend zijn. Maar dat er bij veel kantoorpanden een grote energiewinst te behalen is dat was iedereen in de zaal wel duidelijk geworden.

foto-bijschrift: Erik Sterks laat zien hoe het pand van Only for Men door na-isolatie ook een moderne uitstraling heeft gekregen.

Deelnemers